http://
www.
brabant
academy
.nl
De opheffing van Welstand maakt tongen los, leidt tot veel ingezonden stukken in de krant en laat een breed spectrum aan opinies en meningen zien. Gelet op de vele reacties gaat het daarbij naar onze mening niet alleen om de architectonische kwaliteit van de stad. Het gaat daarbij ook om de ruimtelijke kwaliteit op alle schaalniveaus. Om de relatie van de stad met het ommeland, de omliggende dorpen, de regio, BrabantStad, en 2018Brabant Culturele Hoofdstad. Om de relaties met al die andere netwerken binnen en buiten Nederland, waarin de burgers, overheden, ondernemers, culturele en maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen van Eindhoven participeren. “Achter” de welstandsdiscussie tekenen zich de contouren af van een nieuwe toekomst voor de stad. Hoog tijd om ons dit bewust te worden en nieuwe wegen te bewandelen om hieraan vorm en inhoud te geven.
”think global act local” is de context waarin de stad zich de komende eeuw ontwikkelt. In deze uitspraak van Pieter van Wesemael (hoogleraar architectural design and urban culture aan de TU/e) ligt een uitdagende en allesomvattende opgave voor alle betrokkenen bij de stad. Bestaande culturele, maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen sluiten niet meer aan op de nieuwe dimensies van de toekomst. Gebiedsontwikkelingen, regionale ontwikkelingen worden ingehaald door transnationale en internationale netwerken. En zoals uit de laatste onderzoeken en studies van Luuk Boelens (hoogleraar sociale geografie en planologie aan de Universiteit van Utrecht) blijkt, zien we in de toekomst deze netwerken worden bepaald door de planning van nieuwe actoren.
Na WO II hebben wij onze samenleving ingericht op een “eeuwigdurende” economisch groei met zo nu en dan een “dip”. De laatste 10 jaar laten ontwikkelingen en studies ons zien dat hieraan een einde komt. We zullen moeten leren omgaan met de kansen die (demografische) krimp biedt. We moeten anticiperen op stabilisatie en nieuwe allianties. Daarin voorbijgaan aan oude (economische) waarden, bestaande geografische grenzen en gevestigde instituties. Daarbij moeten we vaststellen dat de huidige economische crisis het failliet van onze bestaande financiële stelsels inluidt. Door deze ontwikkelingen is er een groeiend besef dat we met elkaar voor grote uitdagingen staan in de ontwikkeling van onze ruimtelijke ordening.
Met elkaar zullen we vorm en inhoud moeten geven aan ambitieuze, hoogstedelijke aspiraties en dorpse intimiteit. Nadenken over nieuwe vormen van “landschappelijke” steden en “stedelijke” landschappen waarin we de meerwaarde van het ommeland zichtbaar maken. We zullen moeten werken aan de creatie van nieuwe waarden. We moeten de ruimte en de tijd die deze crisis ons biedt gebruiken om ons op een duurzame toekomst te oriënteren. Daarbij niet de weg bewandelen om iedere gedachte of ieder idee onmiddellijk te verkapitaliseren met als enig doel snelle winsten te realiseren. Een ontwikkeling na WO II waaraan we allemaal meededen. Politici, bestuurders ambtenaren, maatschappelijke instellingen, ontwikkelaars, bouwers, ontwerpers, adviseurs, etc.
Waarom deze beschouwende inleiding?
Omdat we alleen tegen het besef van deze achtergronden met elkaar in een collectieve verantwoordelijkheid de nieuwe uitdagingen aan kunnen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen kennen zoveel dynamiek en zijn dermate complex dat we alleen met de expertise en creativiteit van “vrije denkers” en nieuwe allianties antwoorden weten te vinden. Daarbij wordt van iedereen gevraagd gevestigde opvattingen en denkbeelden te verlaten. Laten we in nieuwe netwerken onverkende paden ingaan en daarbij naar elkaar (leren) luisteren. Laten we nieuwsgierig zijn naar wat de ander ons vertelt, wat we van de ander kunnen leren. Schotten weg tussen disciplines. Sectoraal ingerichte organisaties ombouwen tot open platforms. Remmende denkers vervangen door inspirerende mensen.
Een stad boeit als ik zijn verhalen ken en deze aflees aan de mensen, haar ruimtelijke structuur en architectuur. Ik ben trots op mijn stad als ik word betrokken bij de kwaliteit van mijn eigen woon- werk- leer of zorgomgeving. Met een publiek domein waarin ik mij thuis en veilig voel. Waarin ik kan kiezen in een grote verscheidenheid van sferen. Mijn weg vinden van de intimiteit van mijn directe omgeving naar het avontuur van de anonimiteit in mijn stad tot ver daarbuiten.
In al die lagen van de stad speelt de kwaliteit van de openbare ruimte en de architectuur van woningen en gebouwen een belangrijke rol. Naast bestaande, vertrouwde vormen van wonen, werken, leren, zorg, recreëren en mobiliteit ontwikkelen zich hierin nieuwe vormen omdat onze samenleving verandert. We vergrijzen, zien een groei van eenpersoonshuishoudens, een toename van kennismigratie, studenten en expats, etc. En in al deze ontwikkelingen zal de stad als entiteit zijn eigen identiteit moeten versterken en afleesbaar houden.
In gedeelten van de stad zullen we bestaande structuren moeten versterken om de identiteit meer zichtbaar te maken. Voor andere delen zullen we scenario’s en strategieën moeten ontwikkelen om tijdelijke functieveranderingen mogelijk te maken. In weer andere delen zullen we versneld moeten investeren. In alle gevallen gaat het erom de stad voor onze bewoners en bezoekers kwalitatief te versterken en in te richten op een nieuwe toekomst.
Eindhoven heeft met haar burgers, jong en oud, haar bestuurders, ambtenaren, haar culturele, maatschappelijke en economische organisaties, onderwijsinstellingen, ondernemers en ontwerpers een fantastisch potentieel aan innovatie, creativiteit en ondernemerskracht in huis. Haar geschiedenis heeft dit bewezen en Eindhoven is daar trots op. De nieuwe uitdagingen vragen nieuwe wegen van verbinden, initiatieven waarin nieuwe allianties worden aangegaan. Waar we langs onverkende wegen expertise mobiliseren om op een nieuwe manier elkaar te inspireren en uit te dagen.
In het licht van deze opgaven verliezen discussies als gevoerd in de krant en in brievenwisselingen hun betekenis als we de opgaven waarvoor we staan in andere dimensies definiëren. Een andere formulering van de opgaven en een andere attitude in de gesprekken zetten ieders rol in een ander perspectief. Als we leren luisteren met nieuwsgierigheid naar de visie van een ander. Interesse tonen in het vakgebied van de ander. Elkaar willen inspireren en laten inspireren.
En. . . hoe dan verder bestuurlijk Eindhoven?
Juist in deze ontwikkeling ligt een uitdaging voor overheden om hierin te regisseren en dialogen te faciliteren. Stop niet met Welstand om te bezuinigen maar biedt ruimte aan nieuwe netwerken waarin we met elkaar werken aan de kwaliteit van Eindhoven. We moeten met elkaar in gesprek durven en blijven.
Toont iedereen een beetje zijn/haar kwetsbaarheid dan halen we het beste in elkaar naar boven.
Bezuinig en investeer in nieuwe visies. Pak die rol op als regisseur. Facilitair nieuwe allianties en samenwerkingsverbanden. Zet een pilot op van twee jaar met experimenten waarin innovaties op het gebied van wonen, werken, leren, zorg, recreatie en mobiliteit worden verkend. In samenhang van culturele, maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Betrokkenen uit bestaande gremia worden verbonden met nieuwe disciplines in een nieuw perspectief van inspireren en uitdagen.
Als Brabant Academy verkennen wij vanaf begin 2009 deze nieuwe wegen en samenwerkingsverbanden. Bottom up met alle generaties binnen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen. Ruimtelijke ordening, landschap stedenbouw, architectuur en design in de wereld van het wonen, werken, leren, zorg, recreatie en mobiliteit, op vele schaalniveaus.
Graag werken wij mee aan een experiment om invulling te geven aan een platform met mensen die bereid zijn onverkende paden te bewandelen. Onze betrokkenheid en enthousiasme completeren dit aanbod.
Het bestuur van de Stichting Brabant Academy,
Jan van Dijk, voorzitter
Erna van Holland, bestuurslid
Cees Donkers, bestuurslid